'Vanaf het eerste moment was er een klik'

Publicatiedatum: 17-08-2020

Bij de reductieregeling is het voor de relatiebeheerders van AB Midden Nederland elke keer weer een uitdaging om de juiste match tussen bedrijfsverzorger en boer te maken. Een verhaal daarover uit de praktijk.

Vrijdagochtend, rond half tien ’s ochtends, de boerderij aan de Geersteeg 2 in Doorn. Jan Doornenbal en Erik van Eem schuiven aan in de keuken voor een bak koffie. Eén van de zoons van Jan, Diko, zit daar net te ontbijten. Er wordt over en weer wat gedold tussen hem en Erik over het tijdstip van opstaan. “Carnaval hè”, grijnst Diko als verontschuldiging. De sfeer is gemoedelijk, familiair.

Eime Voorthuijzen, relatiebeheerder bij AB Midden Nederland, hoort het met een glimlach aan. Hij zorgde er halverwege 2018 voor dat Erik bij Jan Doornenbal de boerderij over kwam nemen, omdat de Doornse melkveehouder vanwege een operatie aan zijn enkel voor een periode van acht weken niet zou kunnen werken. “In zo’n situatie is het elke keer weer een uitdaging om een match te maken tussen de boer en de bedrijfsverzorger. Het moet, als het even kan, vanaf dag één klikken met elkaar. En dat was hier zeker het geval.”


Acht weken in de lappenmand, daar gingen Jan Doornenbal en de artsen in 2018 nog vanuit. Het feit dat Erik begin 2020 nog steeds meerdere keren per week, ‘s ochtends en ‘s avonds, vanuit zijn woonplaats Leersum naar de Geersteeg rijdt, geeft wel aan dat die inschatting aan de voorzichtige kant was. Al langere tijd tobde Jan met zijn enkel; een rondgang in het medische circuit bracht hem op de operatietafel. Toen schatte één van de artsen het nog positief in: ‘Jij loopt straks gewoon weer de marathon.’ “Dat viel tegen”, knikt Jan. “Na de ingreep begon de ellende. Samen met mijn vrouw ging ik net na de operatie voor een weekend naar Texel en daar werd ik hard ziek. In het ziekenhuis in Den Helder haalden ze het gips van mijn enkel en bleek het zwaar ontstoken te zijn.”

Het betekende de start van een maandenlange herstelperiode, waarin hij steeds stapjes vooruit zette. Het runnen van de boerderij kwam daardoor voor een veel langere tijd voor een belangrijk deel op de schouders van Erik terecht. Het lidmaatschap van AB Midden Nederland betaalde zich hiermee meer dan uit. Jan: “Sinds ik eind jaren negentig bij mijn vader hier op de boerderij tot de maatschap toetrad, ben ik lid. Gekscherend hebben we hier wel eens tegen elkaar gezegd: ‘Waar doen we het voor?’, want ik heb er al die jaren nooit gebruik van gemaakt. Maar je ziet het: een ongeluk zit in een klein hoekje.”

 Even terug naar die eerste dag dat Erik het erf opreed. Het was geen gemakkelijk moment voor Jan Doornenbal. Eime: “Ik schat in dat zo’n zeventig procent van de boeren er veel moeite mee hebben om hun bedrijf los te laten. Daar hoort Jan zeker bij.” “Dat klopt”, knikt Jan. “Ik was gewend om alles helemaal zelf te doen. Om dat dan uit handen te geven, daarvoor moest ik wel even een drempel over. Maar met Erik had ik vanaf het eerste moment een klik, wist ik eigenlijk al zeker dat het goed zou gaan komen.” Liesbeth, de vrouw van Jan, mengt zich ook in het gesprek. “Voor het herstel was dat ook heel goed. Hij had nu geen stress over de boerderij en hij kon zich helemaal op het beter worden richten.”

Nu moet een samenwerking altijd van twee kanten komen. Erik zelf had vanaf dag één ook het gevel aan de Geersteeg op zijn plek te zijn. “Het is vanuit Leersum niet zo ver rijden. Het werk hier is overzichtelijk en ik voel me hier helemaal op mijn gemak.”

Voor Eime was het uiteraard goed om te zien dat de samenwerking meteen een succes was. Het is elke keer een uitdaging om de juiste bedrijfsverzorger aan de juiste boer te koppelen. “Dat is vaak een kwestie van mensenkennis, van goed doorvragen bij het eerste contact om aan te voelen waar iemand behoefte aan heeft. Sommigen hebben het liefst de wat rauwere medewerkers, die gewoon hard willen werken en doorpakken; bij anderen moet je juist kijken naar iemand die emoties beter aanvoelt, die begrijpt wanneer je even de tijd moet nemen voor een gesprek. Natuurlijk, je werkt met de beschikbare mensen, dus je kunt het niet altijd op elkaar aan laten sluiten. Maar dan spreken we dat meteen uit en geven we aan dat we zo snel mogelijk wisselen. Het bedrijf moet sowieso doordraaien.”

Inmiddels werkt Jan deels alweer mee op de boerderij en gaat het voorzichtig de goede kant op. Samen met Eime wordt nu gekeken hoe de hulp van AB Midden Nederland afgebouwd kan worden en hoe de Doornse boer ook in de toekomst zijn boerderij kan blijven runnen. Jan: “Voorlopig heb ik Erik nog wel even nodig. Hoe het er de komende jaren precies uit gaat zien, of we bijvoorbeeld met een melkrobot gaan werken, dat weten we nog niet.” En Eime: “Daar denken wij in mee; voor ons is het belangrijkst dat de boer op een gegeven moment weer helemaal zelfstandig aan de slag kan.”